In de media
< terug

nieuwe revu

revu, jurriaan teulings
9-2-2010


Lenny Kuhr won in 1969 het Songfestival in Madrid met haar liedje ‘De Troubadour.’ Rode soepjurk, gitaar, gepassioneerde Polygoonstem, blij liedje uit eigen multomap – meer had ze niet nodig. Anno 2010 gaat dat anders, en ze heeft er geen goed woord voor over. “Ze hebben mij dit jaar ook gevraagd om iemand te begeleiden, maar toen ik het nummer hoorde heb ik me meteen teruggetrokken. Mensen zijn terecht boos, met dit nummer minacht je het publiek. Ik begrijp niet hoe ze er op komen. Wie heeft het uit handen gegeven aan de TROS? Ik kan er gewoon niet bij dat er geen mensen achter zitten die er met wat meer smaak naar kunnen kijken.
De TROS heeft gekozen voor een schlager. Zelfs in die hoek kun je nog vele betere nummers vinden; dit nummer is binnen dat genre het meest armoedige. Een slechte kopie van een smakeloos lied. ‘Ik krijg het niet uit mijn kop’, staat er in de tekst. Zoiets moet je niet zeggen in een liedje. Dat is net zoiets als, ‘Oh wat ben ik mooi.’ Dat zeg je niet, dat moet je gewoon zijn. Wie wil zich nou in zo’n armoede hullen? Die artiesten doen het alleen nog maar om het succes. Maar ze moeten zich wel realiseren dat ze áls ze winnen, ze de rest van hun leven een vreselijk lied moeten zingen.”
Ook van de procedure van het Nationaal Songfestival wil ze niks weten. “Het blijft zo binnen een zeer beperkt aantal mensen. Er onstaat een grote druk en men gaat luisteren naar andere succesvolle Songfestivalliedjes en hoopt daar dan magie uit te kopiëren. Maar je kunt de magie van een liedje niet halen uit een ander lied. In mijn geval mochten tien deelnemers elk drie liedjes insturen. Ik deed mee met een liedje dat ik had geschreven - niet eens voor het Songfestival - omdat ik het mooi vond, en dat toevallig nog niet was opgenomen. Zo moet het zijn; mensen moeten gewoon een jaar lang te tijd krijgen om hun beste liedjes in te zenden. Nu blijft het allemaal heel beperkt. Het mist frisheid; het worden kliekjes. Je krijgt het gevoel dat het zo snel bergafwaarts gaat dat we snel op het nulpunt zullen zitten. We zijn in een proces van geestvernauwing en hebzucht beland. Met zoveel domheid en smakeloosheid kunnen we het maar beter de rug toekeren.