

| Diamanthaas ook wel jodenhaas of longhaas geheten. Een mals stukje vlees dat niet uit de achterbout komt omdat joden die niet mogen eten. De naam diamanthaas zou uit Antwerpen komen waar veel joden in de diamanthandel zitten. Als ik 'jodenhaas' intik bij Google vraagt Google mij of ik 'jodenhaat' bedoelde. De longhaas is de spier die het middenrif activeert. Daardoor worden de longen aangedreven... Longhaas komt dus van "long" en "haas", van het oude woordharst, wat spier betekent. In het Frans steevast : onglet. In Frankrijk is de "onglet" somsduurder dan de filet. Daar wordt dit stukje vlees zeer gewaardeerd. In Vlaanderen spreekt men ook van de "binnenspier" of de"kraai". Het weegt ongeveer 1,7 kg en bevat een dikke zenuwstreng die er uit moet gesneden worden. Het stukje vlees is niet echt mals maar heeft wel een uitgesproken smaak. Het kan zowel gegrild, gebakken maar ook gestoofd worden. Indien het goed gerijpt is krijgt men een sappig stukje vlees. Zeer klassiek wordt bereid met sjalotten, zowal rauw over het gegrilde vlees als gestoofd in een saus. |
Ik bak de jodenhaas in boter met wat olie als biefstuk. Het bakvocht gaat wat rode wijn bij en wat 'Mrs. H.S. Balls Tomato Chutney' en we hebben een heerlijk zjuutje. Met de aardappeltjes en de boontjes en een tomatensalade net lente-uitjes. Vruchtensalade toe. |