Ik
ben een zangvogel die zingt als het goed met me gaat.
Ze was op slag beroemd toen ze op 19-jarige leeftijd met haar zelf gecomponeerde
lied 'de troubadour 'het songfestival won. Dat was in 1969. Sindsdien
is er veel gebeurd met Lenny Kuhr. Ze werd Joods, verhuisde naar Israël,
kwam terug naar Nederland, dook in de mystiek, raakte haar stem kwijt,
ging weer zingen en is creatiever dan ooit. Onlangs kwam haar 23ste album
uit waarmee ze succesvol door het land trekt.
Panta Rhei, een opmerkelijke titel voor uw nieuwe cd...
Panta' Rhei betekent: alles stroomt, alles is in voortdurende
beweging. Het leven laat oude vormen achter zich en neemt nieuwe vormen
aan. Voor mij is dat een belangrijk principe, omdat je daarmee ook
wilt zeggen dat je dingen die dogma's worden achter je kunt laten en
open mag staan voor nieuwe meningen en gedachten. Het betekend voor
mij ook: afscheid nemen van iets dat geweest is, open staan voor het
nieuwe, ook als dat pijn doet. Dat is ook Panta Rhei: er is geen keus,
je moet altijd voor het leven kiezen. Je kunt niet alleen maar terug
gaan, want dan ga je dood. Maar 'alles stroomt' betekent ook dat je
op koers zit, op de goede stroom vaart. Zo voel ik het zelf ook.
Dat voortdurend op zoek zijn, willen veranderen, ook uw zoektocht naar
spiritualiteit, naar het mystieke, waar komt die behoefte vandaan?
Als ik een liedje wil maken, zoek ik naar de meest pure vorm.
Naar de essentie om dat tot uitdrukking te brengen. Dat vind ik iets
religieus. Religie en creativiteit zijn voor mij geen gescheiden dingen.
Als ik naar het meest pure probeer te zoeken in tekst en muziek, clan
is dat voor mij mysterie. Dat is religie, dat is spiritualiteit. Het
zijn de vragen van het leven. Vragen die ik mezelf gesteld heb. Die zoektocht
wilde ik aangaan. Toen ik 24 was, ben ik overgegaan tot het Jodendom.
Ik voelde mij daar al jong toe aangetrokken. Op mijn dertiende zat ik
al hij Joodse mensen thuis over de uitleg van Hebreeuwse liedjes te praten
en ik was 15 toen ik verkering kreeg met een Joodse jongen. Het kwam
altijd weer terug. Mijn eerste man was een Joodse man en mijn huidige
man' ook. Ik heb voor het Jodendom gekozen, niet zo zeer omdar ik nu
zo vroom Joods ben, maar het Jodendom was op dat moment iets waarmee
ik het religieuze aspect in mijn leven wilde bevestigen. Het had misschien
ook iets anders kunnen zijn. Het is niet zo zeer de leer maar de hele
sfeer die om religie hangt. Dat is de mystiek. Je kunt niet zeggen: als
je de bijbelleest, ben je het daar dan letterlijk mee eens? Het is de
mystiek om religie heen die niet te vangen is, zelfs niet in de woorden
van de bijbel. Vandaar dat ik iemand ben die zoekt naar de mystieke leer
achter de leer zelf. In het Jodendom heb je de Kaballa en in het Christendom
heb je ook mystieke geschriften achter de bijbel. Die zoektocht hoort
bij mijn leven.
U bent in die periode van zoeken, toen u in een meditatiegroep zat,
uw stem kwijt geraakt.
Ja, dat was een hele moeilijke periode. Ik dacht: het is
een kwestie van leven of ,dood. Misschien kan ik wel nooit meer praten
en zingen. Ik heb daarvan heel veel geleerd. Toen al het andere wegviel,
toen ik niet meer de Lenny Kuhr was die iedereen kende, moest ik zoeken
naar wie ik werkelijk was. Het heeft meer dan een jaar geduurd. Toen
ik later de kracht terugkreeg, verlangde ik weer naar het concertpodium,
naar de theaters. Dus daar sta ik nu weer, volop in het leven. Dat is
zo mooi: toen ik achttien was had ik niet kunnen weten dat ik nu pas
in de bloei van mijn leven zou zijn. Ik heb mijn puurheid bewaard en
de rijpheid er bij gekregen en ik heb gewonnen aan muzikaliteit. Allemaal
winstpunten. Ik ben beter dan toen ik 18 was. Ik heb geleefd, ik heb
geleerd en ik ben muzikaal rijper geworden. Ik ben relaxter in mijn aanpak
en ik zit er niet meer zo bovenop. Aan de ene kant is het lied mijn hele
leven. Aan de andere kant weet ik: het zijn ook maar liedjes. Het is
dus en relatief en van levensbelang. Als het moet, kan ik ook zonder
zingen, maar alleen maar als het moet, niet uit vrije wil. Ik heb meer
moeilijke periodes meegemaakt, zoals ieder mens moeilijke dingen mee
maakt. Ik probeer er uiteindelijk creatief iets mee te doen, om het zo
naar een hoger plan te brengen. Als je dat niet lukt, dan heb je voor
niets geleden. Als je er middenin zit, denk je alleen maar: ik hoop dat
ik er levend uitkom. Maar uiteindelijk, als het allemaal achter de rug
is zeg je: ja, ik ben er rijper uitgekomen. Dat is een soort loutering
denk ik.
Muziek maken is uw grote passie gebleven
Ja, ik ben een echte liedjesmaker. Dat is mijn leven. Ik
vind het maken van liedjes het meest fascinerende wat ik kan bedenken.
Ik zou voor mezelf geen andere kunstvorm kiezen. Creatief zijn is een
eenzaam proces, ook liedjes maken. Je bent constant bezig met iets
nieuws. Dat geeft ook het gevoel dat je altijd jong blijft. Je bent
net zo jong als je nieuwste lied. Ik ben een soort zangvogel die zingt
als het goed gaat, als ik me in harmonie met de dingen voel. Ik ben
niet echt een blueszanger die over zijn ellende zingt, terwijl hij
er midden in zit. Ik wacht liever even en kan er daarna vanuit een
andere positie over zingen. Volgens mij leef ik in een altijd zingend
bewustzijn. Dat is wonderlijk eigenlijk, maar die creativiteit om een
nieuwe melodie te schrijven is er eigenlijk altijd. Het lijkt net of
ik altijd verbonden ben met het maken van dingen. Zoals het licht aan
doen: je drukt op een knop en het is er. Dat is voor mij met liedjesschrijven
ook.
Terug naar uw levensloop. U heeft twee dochters
in Israël en inmiddels
ook twee kleinkinderen. Heel ver weg in een niet echt veilig
land. Hoe ervaart u dat?
Helemaal niet leuk. Ik heb ook heel vaak heimwee naar ze.
Een of twee keer per jaar komen ze hier en ik ga er ook een paar keer
per jaar naar toe. Als we elkaar zien, is dat ook heel intens. Voor de
rest praten we heellang door de telefoon. Maar ja, ik mis ze toch wel
heel erg. Her is ook niet natuurlijk om elkaar zo weinig te zien. Als
ik aan de toekomst denk, kan ik er soms niet goed van slapen. Om niet
te gaan doemdenken krijg ik misschien iets fatalistisch, zo van: op hoop
van zegen dat alles goed gaat, dat het lot ons goed gezind is. Je moet
hoe dan ook vertrouwen hebben, dat het goed komt. Het is toch ook belachelijk:
de Joden en de Arabieren hebben dezelfde aartsvaders en dat weten ze.
Ze hebben ooit als vrienden samen geleefd. En ik denk dat als ze heel
goed naar elkaars geschriften kijken, dat ze zeker zoveel redenen vinden
om elkaar te omarmen dan om elkaar om de oren te slaan. Het is maar waar
het hart van vol is. Dat is exegese: je zoekt naar dat wat je wilt en
dat vind je dan ook. Als je reden zoekt om iemand te omarmen vind je
die, zoek je een reden om iemand verrot te slaan, dan vind je die ook.
Uw dochters hebben samen een bomaanslag van nabij meegemaakt.
Ja, er was een auto met explosieven omploft. Mijn hele familie
zat daar zo'n honderd meter vandaan. Je mag er niet aan denken, maar
het gevaar ligt wel op de loer. Ja, wat kun je er aan doen? Ik heb er
een lied over gemaakt: 'pappa maakt een mooie foto'.. En hier komt het
geweld ook steeds dichter bij. De groeiende polarisatie, het geweld dat
toeneemt in de wereld, de kans dat de bom gaat barsten om ons heen, daar
ben ik me heel erg van bewust. Ik zou het van de daken willen schreeuwen
om daar zo veel mogelijk aan te doen. Om onze kinderen te beschermen
en ook zodanig op te voeden dat ze vredesdragers zullen zijn. Het contrast
russen het kind nu en het geweld is zo verschrikkelijk groot. Van de
ene kant kun je je afvragen: kun je in deze tijd nog wel kinderen op
de wereld zetten, en van de andere kant zeg ik: je moet het doen, maar
voedt ze dan zo op dat ze het aan zullen kunnen. Het is zo paradoxaal.
Het leven moet doorgaan, maar ik denk ook wel eens dat het vijf voor
twaalf is. Ik krijg steeds meer de behoefte om er veel meer over te gaan
zingen, maar tegelijkertijd wil ik doorgaan zoals het nu gaat.
Zingen over oorlog en vrede heeft u nooit gedaan...
Nee, dat is zo. Ik heb het meer gehad over vrede in jezelf. Je moet
ook vrede in jezelf hebben, maar tegelijkertijd moet je het andere ook
doen.. Ik weet niet welke kant het opgaat in mijn liedjes. Ik laat me
ook maar op mijn eigen stroom meevoeren. Ik heb behoefte om dingen voor
kinderen te gaan doen, om mee te werken aan het bewustzijn van de wereld,
maar dan vanuit mijn liedjes. Dat is het enige wat ik kan. Vrede is zo'n
verschrikkelijk beladen woord, ik kan het moeilijk uitspreken, maar ik
wil er toch iets voor doen. Ik heb voor de NCRV samen met mijn man Rob
een lied gemaakt ter gelegenheid van kerstmis. Ik heb er ook stelling
in genomen. Dat heb ik nooit eerder gedaan. Ik verbaas me over mezelf,
maar waarschijnlijk moet het gewoon. Het heet 'zeven kleuren kleine kinderen'.
Die kinderen spelen met elkaar, terwijl die vaders met elkaar vechten.
Maar ooit hebben die ook met elkaar gespeeld. De regels van het spel
werden anders en ze hebben op een gegeven moment hun kinderziel moeten
ruilen voor idealen en raketten. Steeds zeg ik in het lied: 'maar kijk,
daar is de hemelboog, hoog boven elk land, daar zijn we nog kinderen
en spelen hand in hand.' Het eindigt met een oproep aan alle moeders
van de kinderen om hun mannen en zonen toe te spreken: hou er nou eens
mee op en geef de kinderen de ruimte, want die weten hoe het moet om
hand in hand te spelen.
Nestor nummer 2, februari 2005
Door Frans Tervoort
terug naar archief |