
|
Een dag van te voren maak ik zuurkool, die kan dan mooi in de magnetron worden opgeheet. Mijn zuurkool gaat ongeveer zo: Zuurkool met een flinke plens witte wijn, gembersap, room en een flinke klodder schuk laat ik een uurtje of wat zachtjes pruttelen. |
| Ondertussen heb ik bedacht wat ik er nog bij doe; in dit geval cranberrys en ik vond in de koelkast nog wat abrikozenjam uit Frankrijk. Een mooie mix van zoet en zuur, nog wat peper en in de bakskes voor morgen. |

Terwijl ik in de pan sta te kijken komt iemand binnen met een bekend gezicht. Hallo, hallo en hij zet zijn spullen in Lenny's kleedkamer. Die kleedkamer is bezet zeg ik en hij riposteert met 'oh dat geeft niets'. We schudden elkaars hand en ik vraag 'wie bent u?' 'Ik ben akteur zegt hij', met een volume alsof hij de achterste rij van Carre moet bespelen. Ik sta naast hem en voel me ziek. Als hij begrijpt dat Lenny in de kleine zaal staat wil hij haar begroeten; ze komen elkaar zoals veel artiesten zo eens in de zoveel tijd onderweg tegen in het theater. Frits Lambrechts heet hij. | De aardappelen (rosevallen) zijn klaar en ik heb lams en runderrookworst van de biologische slager in stukjes gesneden. Anderhalf uur voor showtime haal ik de zuurkool uit de magnetron. |