Gay Krant 554
Voorstelling van 14 april 2006 in Veldhoven


Muziek

Ze maakt ons blij, melancholiek

Lenny Kuhr’s theaterprogramma Panta Rhei lijkt haast een jamsessie: een ogenschijnlijk informele ontmoeting van vier ervaren en getalenteerde muzikanten/musici , op wie de chemie van het samenspel spontaan vat heeft gekregen. Lijkt. Zonder twijfel is de volgorde van de ruim twintig luisterliedjes, goeddeels va Kuhr’s meest recente, gelijknamige album, met zorg bepaald. Zo ook het licht, het geluid , de enscenering. Heeft Kuhr haar verbindende teksten- minstens in kernwoorden- op papier gezet. Misschien is zelfs de vorm, waarin ruimte is voor onvolmaaktheden , volledig bewust gepland. Lenny die –de emotie en het verhaal achter een volgend lied verklarend- blijft steken in een ‘ ...eh, nou ja, het was een prachtig moment.
Bassist Eric Coenen die – tussen de bedrijven door nèt iets te langdurig zijn instrument stemmend- Lenny een ‘het is ook altijd dezelfde op wie we moeten wachten’ ontlokt. Een nummer dat, niet tegelijkertijd ingezet, opnieuw wordt begonnen. Juist die warsheid van gepolijste ‘showesthetiek’, het juist liever zoeken dan al gevonden hebben, past de teneur van Lenny’s liedjes, die een uiterst persoonlijke levensspeurtocht in kaart brengen. Haar zoeken naar een zin, een hoger plan, haar overtuiging en oprechte verwondering, haar liefde voor (haar) kinderen en kleinkinderen, gitaar en fado, haar onverwoestbare hoop, haar ambivalente verhouding met het verleden (Altijd heimwee, Alle dingen alle jaren versus Verder varen) en haar ervaring met de schoonheid en kwetsbaarheid (Pappa maakt een mooie foto) van het bestaan. En dat doet ze in uiterst verstaanbare bewoordingen. Haar teksten, deels van eigen hand, deels van ex Herman Pieter de Boer en haar huidige man Rob Frank, zijn vindingrijk maar vrij van overdreven filosofische, literaire pretentie of zweefkezerigheid. Eerlijke poëzie is het, voor een groot publiek toegankelijk. Haar composities (‘ik voelde zus en zo en heb er toen maar meteen een liedje op gemaakt) zijn afwisselend vrolijk en melancholisch en worden aanstekelijk vertolkt. Wat wil je ook met Cor Mutsers (Ilse deLange, Mathilde Santing) op gitaar en de voortreffelijk uitgebuite virtuositeit van Will Maas (Ilse deLange, Marco Borsato) op piano en accordeon. Terwijl Lenny zelf het onbetwiste, stralende middelpunt blijft. Zonder uitgekiende podiumpose, volstrekt zichzelf, desnoods licht wijdbeens stampend op de niet altijd even gemakkelijke maatsoorten, hoog in de schouders, soms even ronduit onhandig (zoekend?) gesticulerend, maar steeds met het vuur dat ze ook al tentoonspreidt op opnames van haar succesvolle deelname aan het Songfestival in 1969.
Panta Rhei: alles stroomt, langzaam verandert alles. Dat is een mooie gedachte maar het gaat niet voor alles op: Lenny’s stem heeft in bijna 40 jaar nooit een centimeter ingeboet aan eigenheid en schoonheid, evenmin overigens als zij zelf. Het publiek dat Lenny niet trouw gevolgd heeft moet zich daar hooglijk over verbazen. Het applaudisseert dan ook uitbundig als ze na bijna twee uur vlammen, nog twee toegiften aankondigt. Het veel te zoetsappige Zeven kleuren kleine kinderen vergeven we Kuhr direct zodra ze – ‘Ja, zullen we hem doen, zullen we hem doen? Fluistert ze in de microfoon’- De Troubadour inzet. Oh nee, niet weer die Toubadour ,zul je zeggen . maar merkwaardig genoeg voelt het niet aan als een menen te moeten bogen op een versleten succes, integendeel: deze versie past plotseling als gegoten in haar huidige genre en vat als sluitstuk de avond bovendien uitstekend, hoewel oppervlakkig’ samen: Hij zat zo boordevol muziek, hij zong voor groot en klein publiek, hij maakte blij melancholiek, det Troubadour. ( Rits de Wit)