Lenny Kuhr is thuis
Maandag presenteerde Lenny Kuhr haar nieuwe cd Op de grens van jou en mij in muziekcentrum Frits Philips in Eindhoven. Er stond een vrouw van statuur, niet langer gekweld door een metafysische zoektocht, maar met open ogen voor open vragen, ook al is een cirkel rond: precies 35 jaar geleden won ze het Eurovisie Songfestival met 'De Troubadour', dat achteraf haar levenslied bleek. Negentien jaar ervoor was haar leven begonnen, in de lichtstad.
Bergen en dalen hebben voor Lenny Kuhr niet alleen figuurlijke betekenis. Ze fietste er over en doorheen, samen met Rob Frank, op weg naar zijn huis in saint Nazaire-le-Désert in de Franse Drôme. Twaalfhonderd kilometer op de pedalen vormden de huwelijksreis nadat ze in juni 2003 waren getrouwd in Nederwetten, het dorpje tussen Eindhoven en Helmond, waar een nieuw huis van oude balken en moppen steen is opgetrokken.
Dat trouwen was met alles erop en eraan. De chupa, het joodse baldakijn waaronder het jawoord wordt gegeven, voorzang van chazan Aronson, veel mazzeltov, glasscherven, de klarinet van Lior Kuperberg, dansen op klezmer, de hele familie: zijn twee dochters, haar twee dochters.
,,Dat ik nou uitgerekend de enige jood in Eindhoven moet tegenkomen", had Lenny Kuhr gedacht Haar huwelijk met een joodse arts was immers misgelopen. Maar met Rob Frank was er geen houden aan geweest Ze was te gast bij een talkshow, hij las er zijn column voor. ,,lk wil een tekst voor je schrijven", zei hij en beet drie weken op zijn pen in Zuid-Frankrijk-
Toen was de 'Late Liefde' er. Het is de titel van een van de veertien nummers op een bijzondere plaat. Frank is als debuterend tekstschrijver spaarzaam, met ook nog eens heel gewone woorden. Maar hij weet de nuances op te roepen die een mens tot haar recht doet komen.
Misschien juist wel in het zwakke. In 'Joceline', een achterlijk meisje in hun Franse dorp, dat met de pianonoten van Dikkertje Dap in argeloosheid voorthuppelt. In 'Moedertje' waarin de kinderziel onvermijdelijk gekoesterd en gekrenkt wordt. En in 'De vlucht', onvergetelijk mooi gemaakt door Esther Ofarim, vertaald door Frank en gezongen door Kuhr. Mijn ziel zoekt rust, en vindt haar niet'.
Het essentiële
Niet bekeerd en toch gelukkig, die Lenny Kuhr. Gemengde gevoelens voor de christelijke luisteraar? Lenny Kuhr scheerde zoveel jaren langs de grote namen in haar zoektocht naar de weg, de waarheid en het leven. Jezus was altijd een brug te ver, al hoorde Hij thuis in het rijtje van goede mensen. Ze wordt een beetje kwaad als ik het zo stel: ,,leder mens heeft recht op een eigen zoektocht. Dat moet zo zijn. De uitkomst kun je niet afdwingen, dat vind ik zo eng." Haar twee dochters Daphna en Sharon kregen er wel eens een punthoofd van: ,,We hebben liever datje gewoon blij bent, in plaats van al die spirituele zoektochten", zeiden ze in die tijd. Tienjaar later is dat allemaal veranderd. En hoe! In november werd Lenny Kuhr oma. Sharon en Avi, die nooit meer weg zullen gaan uit Tel Aviv, kregen Ozz-Arik. Voor hem staat een lief liedje op de cd.
Jarenlang heb ik gezocht naar het essentiële", zei Lenny Kuhr in Eindhoven. Ik heb heel veel verloren, heel veel ballast weggegooid, maar ook veel gevonden en gekregen." Het was een statement, dat muzikaal werd onderstreept Weg waren die vreselijke optredens met bandje, synthesizer of zwakke stem. Hier stond een mens, warm, integer, hersteld, temidden van jonge mannen die het heilig vuur akoestisch hoger doen oplaaien dan in het beloofde land van ooit: de medeBrabanders Gerard de Graaf op piano, Cor Mutsers op gitaar en Eric Coenen op bas. Soms hoef je niet ver te zoeken naar geluk. Het lag de hele tijd al voor de deur.
Parels en cliché's
Lenny Kuhr kent de tragiek van altijd die bekende cliché's, terwijl niemand de parels hoorde die ze - in de luwte van artiestenwereldje en media - in de jaren negentig toondichtte. Haar biografie langs ijkpaaltjes: ze werd geboren in Eindhoven in een vrijdenkend gezin met weinig geld en communistische sympathieën. 'As ge nie katteliek bent, bende protestant en dan ga de naor de hel', hoorde ze, maar haar vader, eigenzinnig reclameschilder, bleef hardnekkig 'niks'.
Ze won het Cabaret der Onbekenden in 1967, het Eurovisie twee jaar later. Ze had hits met nummers als 'Visite', 'Maar ja' e.v.a. In Frankrijk wordt ze beroemd als compagnon van chansonnier George Brassens. Heeft daar Nederland wist dat nooit - een nummer-een-hit met een song over ene 'Jesus Christo'. ,,Dat was een soort protestsong. In de Franse tekst wordt gerept van alle onderdrukking en ellende op de aarde en dan de vraag gesteld: waar ben je nou, Jezus?"
Op 28 mei 1973 wordt ze mishandeld 'door k.-Nederlandertjes' op het station van Haarlem. Haar gebroken neus leidt tof Kamervragen en de belofte van minister van Justitie Van Agt er wat aan te doen. 31 jaar later kennen we het resultaat: nihil. .Het was een daad van zinloos geweld in de tijd dat dat woord nog niet bestond', zegt Rob Frank.
KNO-arts Gideon Bialystock repareert en huwt haar. Ze woont afwisselend in Israël en Nederland, werkt als een paard in een tijd die zich afwendt van chansons met teksten die er toe doen. Ze vecht tegen de bierkaai in biertenten. Nergens thuis, altijd op sjouw.
Innerlijke overgave
Het huwelijk loopt stuk; volgt het literaire liaison met Herman Pieter de Boer. Meer dan honderd teksten maakt hij, soms geestig, meestal weids en lyrisch, gezongen illustraties bij een spirituele zoektocht. Waarin vooral trouw aan het vak, echtheid jegens mensen en liefde voor het lied blijven domineren. Quo Vadis (1986) en Heilig Vuur (1992) zijn daar een ode aan.
Tegenslag heeft ze, veel. In 1993 raakt Lenny Kuhr haar stem kwijt. Opeens en helemaal. ,,Het keerpunt kwam toen ik in feite alle hoop liet varen op herstel. Je belandt op de absolute bodem van je bestaan. Dan kan het niet slechter gaan, maar tegelijk betekent het ook een innerlijke overgave. Mijn stem, dat was ik, dat ben ik, dat is mijn ziel. Ik moest opnieuw beginnen", zegt ze aan de keukentafel in Nederwetten.
Het nulpunt is niet alleen een leegte geweest Vier jaar erna schrijft ze 'Het gebaar'. 'De afgrond was zo duister diep / de plek waar God mij werd ontnomen / en toen ik eindelijk niet meer om het wonder riep / toen voelde ik een weten door mij stromen'.
Een jaar lang kon ze niet eens fluisteren, laat staan praten of zingen. In 1994 kwam de stem weer terug, hoger en ijler dan voorheen. In die opbouwfase maakte ze de plaat Altijd heimwee, ook al zon trefwoord van verlangen, met liederen die ook na tien jaar nog zo mooi zijn, zo breekbaar. Daarna maakte ze louter nog prachtige platen, ongestoord door showbizz en de last van het verleden. Ze vertolkte voor het laatst de eenzame zoekster die ze was in Gebroken Stenen (1997).
Daarna zong Lenny Kuhr liederen van Schubert op tekst van De Boer in Stemmen in de nacht (1997),nam Oeverloze liefde (1999) open exploreerde de Portugese weemoed van de saudade in Fadista (2001).
Klaar
Ze is klaar met haar geestelijke zoektocht. En dan vallen twee dingen op, in retrospectief. Dat haar eigen teksten eigenijk heel goed waren. En hoe vaak ze toch met die Bijbel in de weer is. Dat gaat wel vanuit het joodse. 'Het water van verandering' heet een nummer over Jochanan de Doper. ,,Hij uit zijn verlatenheid. in de gevangenis. Dat gevoel wilde ik weergeven."
Joods is ook 'God laat ons vrij (en bewaar dit jaar de bloesem aan de bomen in mei)'. Dat lied gaat in wezen over de keuze voor vrede die het Midden-Oosten nog steeds zelf zou kunnen maken. En in 'De Reiziger' staan Jezus, Mohamed, Boeddha en Krishnamurti op dezelfde lijn: 'Ze hebben allemaal bestaan / ze gingen met hun fakkel vooraan / ze wisten de Waarheid J maar hoe wisten ze de Waarheid?'. Die ontdek je ten lange leste in jezelf, vindt Lenny Kuhr.
De nieuwe plaat is aardser, in een soepele cascade aan stijlen. Joods, jazzy, stoeiend met walstempi en vijfachtsten. Tekst, muziek en leven vallen als puzzlestukjes samen. Het is de keuze het verleden te erkennen, maar ongemoeid te laten, ook al doet het pijn, zoals in 'Negen nachten'.
De gang der seizoenen is in beeldspraak ook de cyclus van de liefde. De maaltijden van een dag als weg van verstilling, een woordloos in elkaar groeien, een weten zonder antwoorden. Daarom is 'Als ik aan tafel zit met jou' tekstueel het mooiste lied.
Sinds twee, drie jaar is de stem ook in de diepte weer terug. Het kristal, de dalende trillingen, soms ingehouden of omfloerst, dan weer het granieten volume. Met gemak zingt ze in Eindhoven tegen drie trombones, een klarinet, een piano, bas en gitaar aan. Het is ook oprecht theater; ze schalt en fluistert, gesticuleert krijgshaftig en houdt de handen zoekend open. Na afloop komt ze de trap af; ze tekent lijnen op haar gezicht van de spanning en de inzet. Ze heeft het beste gegeven. Lenny Kuhr is thuis.
Op de grens van Jou en mij Lenny Kuhr. UiI/MCD2O1 9. Multidisk
Nederlands Dagblad, vrijdag 2 april 2004, door HERMAN VEENHOF
terug naar archief
|